De afgelopen tien jaar is het aantal niet-bancaire financieringsinstellingen in Nederland hard gegroeid. De nieuwe Stichting Finankeur oefent sinds 1 januari toezicht uit op deze sector. Een dubbelinterview met Ronald Kleverlaan (directeur Stichting MKB Financiering) en Harmienke Kloeze (directeur CBF, Toezicht op goeddoen) over zelfregulering met drie partijen en de lessen die kunnen worden geleerd van de goededoelensector. “Ons onderlinge debat is juist een teken dat het systeem werkt.”
Acht jaar geleden werd de Stichting MKB Financiering opgericht. Hoe was het toezicht op de sector van niet-bancaire geldverstrekkers in die tijd geregeld?
Ronald Kleverlaan: "Toen we met de Stichting MKB Financiering startten waren er geen kwaliteitsnormen. Er was eigenlijk helemaal niets. Voor ondernemers was er weinig duidelijkheid over de randvoorwaarden waar partijen als financial leasemaatschappijen, kredietverstrekkers en crowdfunders zich aan moesten houden. Daarom maakten we met een groep koplopers in de sector een aantal afspraken. Die afspraken werden vastgelegd in gedragscodes. Uiteindelijk is daar een keurmerkvoor mkb financiers uit naar voren gekomen."
Het keurmerk is in de sector best belangrijk. Zo kregen organisaties met het keurmerk tijdens de Corona-periode versneld toegang tot een overheidsgarantieregeling (BMKB-C). Ook de Financieringsgids, een platform dat werd opgezet in samenwerking met de KVK, stelt het keurmerk als eis, en dat geldt ook voor het aanvragen van Europese financiering uit een investeringsfonds (DACI). Waarom wordt het stelsel nu dan toch veranderd?
Ronald Kleverlaan: "We hebben extern onderzoek laten uitvoeren. Daaruit bleek dat de kwaliteit van onze code in vergelijking met internationale standaarden hoog was. Maar om nog een stap vooruit te kunnen zetten, moet de code eigenlijk beheerd worden door een onafhankelijke organisatie. Stichting MKB Financiering wordt door veel marktpartijen namelijk ook als lobbyorganisatie gezien. Dat maakt het lastig voor de overheid, maar ook voor andere marktpartijen zoals banken om extra waarde aan de gedragscode en het keurmerk toe te kennen. We hebben vervolgens besloten om het keurmerk onder te brengen in een onafhankelijk instituut, dat alleen het beheer van het keurmerk gaat uitvoeren. Daarbij hebben we ook gekeken naar best practices. Zo kwamen we bij het CBF uit en zagen we hoe in de goededoelensector de zelfregulering is georganiseerd rond een drietal onafhankelijke partijen."
Harmienke Kloeze: "Die onafhankelijkheid is een belangrijk thema dat eigenlijk ook bij het CBF speelt. Hoe zorg je dat je sterk verbonden bent met de sector, maar aan de andere kant ook een onafhankelijke toezichthouder bent? Bij ons zijn brancheorganisatie, normsteller en toezichthouder gescheiden. Goede Doelen Nederland is de brancheorganisatie, het CBF is de toezichthouder. Dat heeft als voordeel dat je onafhankelijk bent. Tegelijkertijd wil je het draagvlak binnen de sector voor ons toezicht en de normen niet verliezen. Dat spanningsveld van onafhankelijkheid en draagvlak hoort bij een goed ingevulde zelfregulering."
Dat zal soms best wat frictie opleveren tussen de drie partijen.
Harmienke Kloeze: "Ja, de belangen kunnen soms uiteenlopen en dan kan het soms schuren. Dat is ingebakken in het DNA van het systeem. Gelukkig zijn we met zijn drieën in de Raad voor het Erkenningsstelsel vertegenwoordigd. Dat is een belangrijk gremium waarin we, wanneer het weer eens schuurt, dit soort kwesties kunnen bespreken. Gelukkig komen we er altijd weer uit. Ons onderlinge debat is juist een teken dat het systeem werkt: we zitten niet bij de goede doelen op schoot en zijn ook niet losgezongen van de praktijk waarop we toezicht houden. Dat is het optimum van onafhankelijkheid en draagvlak."
De nieuwe toezichthouder op niet-bancaire instellingen – Finankeur – is per 1 januari 2026 van start gegaan. Is Finankeur ingebed in een soortgelijk systeem van zelfregulering, gedragen door een aantal partners?
Ronald Kleverlaan: "Dat systeem met die drie partijen moet bij ons nog vorm gaan krijgen. Wij zitten in de transitiefase. Een belangrijke vraag is hoe je meerwaarde creëert. Op meso-niveau hebben we hierover uitgebreid met de politiek en de ministeries van Economische Zaken en Financiën gesproken. Zij hebben hun steun uitgesproken om tot 2030 de zelfregulering op een andere manier in te richten. Er is ook financiering beschikbaar gesteld. De overheid wil best een zetje geven, maar op termijn moet Finankeur op eigen benen kunnen staan. Best een uitdaging. Hoe ga je ervoor zorgen dat het toezicht na 2030 volledig door de markt gefinancierd wordt, zodat er geen overheidsbijdrage meer nodig is?"
Harmienke Kloeze: "Ik zou zeggen, wees daarin zakelijk. Onze collega’s in het buitenland durven bijna geen financiële bijdrage te vragen. Toch bang dat goede doelen dan niet het keurmerk aan zullen vragen. Het gevolg is dat zij de kosten moeilijk kunnen dekken en minder slagkracht hebben. Ik vind dat echt gevaarlijk. Goed toezicht kost geld. Het worden van een gerespecteerde toezichthouder helpt de waarde van het keurmerk te versterken. Ik snap dat mensen het ervoor over moeten hebben. Dat heeft te maken met hoe je het keurmerk positioneert. Je zou eigenlijk tegen de overheid moeten zeggen: prima dat je ons tot 2030 financiert, maar wat eigenlijk nodig is, is een soort push factor. Dan kunnen we veel gemakkelijker zelf onze broek ophouden."
Kun je een voorbeeld geven van zo’n push factor?
Harmienke Kloeze: "Wanneer ik kijk naar het CBF en ons keurmerk, is zo’n push factor het feit dat de brancheorganisatie [Goede Doelen Nederland, red.] de Erkenning verplicht heeft gesteld om lid te kunnen worden. We hebben ook gesproken met financiers. Konden die het niet als voorwaarde stellen? De Goede Doelen Loterijen stellen de Erkenning niet als eis om beneficiant te worden, maar verwachten van ‘hun’ goede doelen wel dat ze meedoen in de zelfregulering. En nu heeft ook de Nederlandse Vereniging van Banken het keurmerk aangemerkt als risico verlagend in de NVB-sectorstandaard, waardoor de toegang tot het financiële verkeer makkelijker gaat. Dat maakt de waarde van de zelfregulering voor de sector en voor de samenleving groter."
Per 1 januari zijn alle keurmerkhouders van de Stichting MKB Financiering naar Finankeur overgegaan. Kost het keurmerk geld en hoe ziet het overgangsregime eruit?
Ronald Kleverlaan: "Voorheen was er sprake van een flat fee die betaald moet worden, daar zat ook de belangenbehartiging in. Nu wordt er gestaffeld naarmate de grootte van de organisatie en is er alleen nog een bijdrage voor het keurmerk. Eerst gaan we bouwen aan de kwaliteit en bekendheid van het keurmerk. De normencommissie wordt opgestart, zodat na verloop van tijd ook naar de inhoud van de normen kan worden gekeken. In het najaar wordt gesproken over een aantal nieuwe aanscherpingen en een aantal her-audits. Dat zal dan in 2027 verder uitgerold worden in de sector."
Harmienke Kloeze: "En hoe heeft de sector grip op de normen en het toezicht?"
Ronald Kleverlaan: "Dat zijn precies de vragen die Finankeur binnenkort zal beantwoorden. Wie komen in die normencommissie? Hoe zorg je ervoor dat het geen Poolse landdag wordt en dat alle ontwikkelingen tegengehouden worden? Voor de duidelijkheid: ik heb daar als directeur van de brancheorganisatie geen rol in. Er is een nieuwe directeur en een nieuwe Raad van Toezicht aangesteld bij Finankeur. Ik ga niet op de stoel van de directeur zitten. De normencommissie wordt nu gevormd. Het is natuurlijk zaak dat het op zo’n manier gebeurt zodat er voldoende draagvlak in de sector voor is."
Harmienke Kloeze: "Bij ons hebben we het zo gedaan, dat zowel ik als de directeur van Goede Doelen Nederland adviseur zijn van de Commissie Normstelling. Ik kan dus ervaringen inbrengen op het gebied van toezicht. De directeur van de brancheorganisatie kan de ontwikkelingen binnen en buiten de sector inbrengen, zodat die kunnen worden meegenomen in de normen. We hebben ook een feedback loop ingericht tussen toezichthouder en normsteller. Onze Manager Toezicht en een senior auditor zitten dan samen met twee leden van de commissie Normstelling, om ervaringen uit te wisselen. Want wij hebben immers kennis van het toepassen van de normen in de praktijk. Het is goed om elkaar daarin vast te houden. De Commissie Normstelling moet ondertussen wel echt onafhankelijk blijven. Wij zijn dan ook geen lid en we stemmen niet mee. Ze kunnen ook zonder ons vergaderen."
De organisaties waar Finankeur toezicht op houdt zijn erg verschillend. Qua grootte, qua risicoprofiel, hoe ze gefinancierd zijn en wat voor producten ze aanbieden. Hoe houd je op zo’n bont gezelschap adequaat toezicht?
Ronald Kleverlaan: "Al deze instellingen hebben gemeen dat ze financiering verstrekken aan ondernemers. Op dat stukje houdt Finankeur toezicht. Is de financiering die ze verstrekken verantwoord? Dat kun je dan weer afpellen. Hoe transparant zijn ze bijvoorbeeld? Er wordt beperkt gekeken naar de structuur van de organisatie of bescherming van de kapitaalverstrekkers achter de financier. Finankeur kijkt er vooral naar of die kleine ondernemer, die geen financieel directeur in dienst heeft of een grote accountant kan inhuren, voldoende beschermd is. Hoe kun je waarborgen dat die goed gefinancierd wordt? Daar is het keurmerk voor bedoeld."
Meer informatie